donderdag 20 april 2017

"De Groote Parade": Columbia Orkest (Columbia); Pierre Palla (Odeon)


"De Groote Parade" is een zwijgende Amerikaanse film uit 1925 van regisseur King Vidor, die in 1927 ook in Nederland werd uitgebracht. 
Volgens het label van de versie van het Columbia-Orkest is Max Tak de componist van de muziek. Of hij ook de dirigent is is onbekend. De kans lijkt me klein, anders zouden ze zijn naam toch op het label vermeld hebben.

Op de Odeon-plaat van Pierre Palla (Venlo, 05.01.1902 - Heerlen, 11.12.1968) staat andere muziek die voor deze film gecomponeerd is, kant 1 door Yvan-Y'Ener en kant 2 door Keith Prowse. Kijk hier voor meer informatie over Pierre Palla, en voor opnamen van hem die je kunt downloaden.


Renee Adoree, John Gilbert in The big parade (1925)

Max Tak (Amsterdam, 09.08.1891 - New York, 8.8.1967): Nederlands musicus, componist en journalist. Geboren in Amsterdam in een familie van Joodse diamantbewerkers. Had vioolles van William Klein, Sylvain Noach en Johan C. Herbschleb, eerste violist bij het Concertgebouworkest. 
In 1908 mocht Tak voorspelen bij Willem Mengelberg en werd aangenomen als leerling bij de tweede violen voor f25,- per maand. ook volgde hij nog vioolles op het conservatorium bij Alexander Schmuller en compositieles bij Cornelis Dopper. 
Tot eind 1916 bleef Tak verbonden aan het Concertgebouworkest, de laatste jaren bij de eerste violen. 
Ondertussen schnabbelde hij er enorm bij: hij speelde in de amusementssector en in horecagelegenheden en had een handeltje in violen en strijkstokken. Hij schreef liedjes voor JeanLouis Pisuisse: De fancy-fair en De gangen van het Concertgebouw (1914). 
Vanaf 1915 speelde Tak in ontspanningscentrum 'Bellevue' met een eigen ensemble populair-klassieke zomerconcerten. 
In 1916 werd hij door de directeur van de bioscoop Cinema Palace in dienst genomen om een bioscooporkest op te richten. Max Tak stelde wekelijks de muziek samen ter begeleiding van de zwijgende films. 
In 1921 kwam hij in dienst bij Abraham Tuschinsky en bleef tot de Duitse bezetting actief in het Tuschinski Theater als muzieksamensteller, dirigent en publiciteitschef. 
Verder was hij Jazz-recensent bij De Telegraaf, presenteerde voor de AVRO platenprogramma's, zat in de AVRO programmaraad, schreef veel filmmuziek (o.a. voor Het meisje met den blauwen hoed, 1934; Ergens in Nederland, 1940, in totaal ca. 21 films). 
Wegens zijn Joods-zijn werd Tak in 1940 ontslagen bij Tuschinski, dat inmiddels door de Duitsers was omgedoopt in Tivoli. Hij vluchtte naar Curaçao (1941) en daarna naar de New York (1943). 
Na de oorlog werd hij correspondent voor Elseviers Weekblad. Hij organiseerde o.m. een tournee van het Concertgebouworkest in Amerika en zorgde er mede voor dat Willy Alberti in 1959 een hit had in Amerika met het liedje Volare
Max Tak was van 1916-1925 gehuwd met de concertzangeres Ypkje Zeinstra (1885-1968), die de relatie beëindigde vanwege de vele buitenechtelijke relaties van haar man. Hij hertrouwde in Amerika met Helen Kinney (1909-1997).



1  "De groote parade": Paraphrase deel 1+2 (Max Tak)    7:06
    Columbia Orkest
    78t 30 cm: Columbia D 17171   (W)FX 122 / 123

2  "De groote parade" (Yvain Y'Ener/Keith Prowse)    8:20
    Pierre Palla, Tuschinski orgel
    78t 30 cm: Odeon AA 178001 a/b   Aoo 1230-2 / 1231



Download mp3

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen